FAQ | Links | Bulletin & Archief | Contact       Nederlands   English
 
 

Afscheid Hoekstra als lid van de Raad van State

Op 30 november 2011 nam Rein Jan Hoekstra, bestuursvoorzitter van de Academie voor Wetgeving, afscheid als lid van de Raad van State. Voorafgaand aan de druk bezochte receptie vond een symposium plaats over ‘Politiek-ambtelijke verhoudingen: het geheim van de ministerskamer’.


Minister van Staat en oud-minister van Justitie Korthals Altes gaf een terugblik op zijn positieve ervaringen met de ambtelijke dienst. Bij zijn aantreden als bewindspersoon op Justitie in 1982 bleek hem bijvoorbeeld dat de gehele ambtelijke top klaagde over de ingrijpende bezuinigingen. Hij vroeg hem het meest knellende probleem te melden en zegde toe daarvoor dan extra geld los te krijgen bij de minister van Financiën. De tekorten in de rechtspraak werd aangewezen als het grootste pijnpunt. Het lukte Korthals Altes om in een entrenous met minister Ruding extra gelden te krijgen. Het duurde overigens de nodige tijd voor dat deze ministeriële toezegging ambtelijk kon worden bevestigd. Resultaat was, aldus de oud-minister, dat de leiding van het departement zich gemotiveerd wist doordat de minister werk gemaakt had van hun zorgen.


Saillant was de kritiek van Korthals Altes over de commissie Wiegel, die de aanzet gaf voor een scheiding tussen beleid en uitvoering, met In ’t Veld – destijds hoogleraar in Rotterdam – als auctor intellectualis. Die scheiding leidde niet tot kleinere departementen, wel tot omvangrijke uitvoeringsorganisaties. Bovendien had het tot gevolg dat minister en ambtenaren vrijwel alleen nog spraken over beleid en niet meer over uitvoering, terwijl de minister juist door dit laatste in politieke problemen kan komen. Korthals Altes meende dat de status van ambtenaren hierdoor negatief is beïnvloed. Hij sloot af met nog een ander punt van kritiek: de roulatie van ambtenaren in het kader van de Algemene Bestuursdienst.


Richard van Zwol, secretaris-generaal van het ministerie van Financiën, deed een poging de politiek-ambtelijke relatie te ontdoen van mystificatie en van intimiteit, kleinschaligheid en gezelligheid. In feite gaat het hier om een betrekking tussen niet meer dan een tiental ministers en een zelfde aantal staatssecretarissen enerzijds en hoogstens enkele honderden van de 120.000 rijksambtenaren anderzijds. Al sinds Waldo’s The administrative state (1948) is de tweedeling tussen professionals en politici ontmaskerd, aldus Van Zwol. Er is meer sprake van samenwerking waarbij de rollen soms vloeiend zijn en de afhankelijkheden wederzijds. Bovendien blijken minister-presidenten de samenwerking met ‘hun’ ambtenaren steeds voorop te stellen (zie Smit en Te Velde, Van Torentje tot Trêveszaal). Maar dat moet niet gezellig worden, aldus Van Zwol, omdat dit ten koste zou gaan van de professionele houding van de spelers.


Minister Hillen van Defensie hield een vlammend betoog over de politieke assistent van de minister. Hij vond dat deze niet in het Nederlandse systeem paste, maar begreep goed waarom hij er is gekomen. Terwijl de politieke werkelijkheid steeds ‘emotionele en hijgeriger’ werd, bleef de ambtelijke dienst zich richten op zorgvuldigheid en het leveren van een beter product. Daarmee kwam de minister in een spagaat terecht, waarvoor de politiek assistent als oplossing zou moeten fungeren. Dit lukte niet goed, omdat het een systeemvreemde truc is. Zelf had hij zo’n politiek assistent niet omdat hij eraan hechtte met zijn ambtelijke dienst het spagaatprobleem op te lossen.

Tenslotte koos hoogleraar en oud-SG Roel Bekker de scheidend functionaris als onderwerp van zijn betoog. Vooruitlopend op de verschijning van zijn boek over 45 markante ambtenaren, voorzien in het voorjaar van 2012, gaf hij opening van zaken over zijn beschrijving van één van hen. De geschetste eigenschappen van oud-SG Hoekstra bleken overeen te komen met de meeste anderen in Bekkers Hall of Fame. Zij lieten zich vergelijken met marathonlopers die gaan voor het resultaat op langere termijn, terwijl politici overeenkomen met sprinters. De door Bekker beschreven topambtenaren bleken pragmatici, in staat om snel van rol te wisselen en niet zozeer resultaatgericht. De politieke kleur van topambtenaren speelt voor hun benoeming geen belangrijke rol. Van de 350 naoorlogse SG’s en DG’s hadden hooguit 60 personen voorafgaand aan hun benoeming een politiek profiel. Ook werd niet meer dan 50 procent van hen benoemd door een minister van dezelfde politieke kleur.


Aan het slot van het symposium dankte Rein Jan Hoekstra de sprekers en onderschreef de pleidooien voor professionalisering van de ambtenaren. Hij was het ook van harte eens met de opvatting van minister Hillen dat de ambtenaar moet willen bijdragen aan het verkleinen van de genoemde spagaat. Ambtenaren moeten niet alleen op het terrein van het beleid, maar ook op dat van actuele politieke problemen waar de minister mee te maken krijgt, een rol spelen.

Opleidingskalender

28-02-2012
Actualiteit: Opmerkelijk aan de top
Meer info
01-03-2012
Beleidsregels
Meer info
06-03-2012
Verdragenrecht
Meer info